Sociale context bepaalt hoe we de geschiedenis vastleggen

Om te kunnen leren van het verleden, van de geschiedenis, moeten we ook begrijpen hoe en waarom die geschiedenis is vastgelegd. In zijn pas verschenen e-book ‘Archiving People. A Social History of Dutch Archives’ laat Eric Ketelaar, voormalig algemeen rijksarchivaris en hoogleraar Archiefwetenschap, ons zien dat de sociale context waarin gebeurtenissen plaatsvinden grote invloed heeft op zowel óf ze worden vastgelegd en ook de manier waarop dat gebeurt. Het is belangrijk, vindt Ketelaar, om die invloed te onderkennen om zo beter te kunnen begrijpen hoe geschiedenis – en de vastlegging ervan - zich heeft ontwikkeld.

Archiefgeschiedenis: waarom is dat eigenlijk relevant? Eric Ketelaar is inmiddels allang met emeritaat, maar nog altijd gedreven: ‘Naast dat het de menselijke nieuwsgierigheid van een wetenschapper bevredigt, heeft het wel degelijk betekenis om te achterhalen waarom bepaalde gebeurtenissen uit het verleden op die manier zijn vastgelegd. Je hebt een technische methodologie om informatie vast te leggen, maar er is ook altijd een sociale context. Hoe belangrijk is die context geweest? De door sociaal bewustzijn ingegeven afweging van een Maastrichtse burgemeester in 1820 om een wees als vondeling te registreren, gaf hem de mogelijkheid de zogenaamd onbekende moeder te voorzien van een uitkering om zo nog een redelijk bestaan te kunnen garanderen. Hij wist wie de moeder was, maar als hij dat zo had gemeld, dan was er geen uitkering. De sociale context bepaalt hier dus het feit dat een kind als vondeling is geregistreerd. Waar ik maar mee wil zeggen, dat datgene dat aan het papier is toevertrouwd niet per se dé waarheid hoeft te zijn. Het is een interpretatie van de omstandigheden en de context van destijds die hebben bepaald wat en hoe iets is geregistreerd.’

Sociale context
Zijn boek staat vol met dergelijke waarnemingen en voorbeelden van ‘een wat aangepaste geschiedschrijving’. Ketelaar acht het belang van een sociale context groot: ‘De sociale context is minstens zo belangrijk als de daadwerkelijke feitenregistratie. De manier waarop we feiten registreren kun je heel helder omschrijven en met elkaar afspreken, maar dan nog zitten er blijkbaar interpretatiemogelijkheden in het proces voorafgaand daaraan. Ik heb dat een aantal jaren geleden archivalisering genoemd: het (denk)proces voorafgaand aan de daadwerkelijke archivering. Archivering  begint al bij de beslissing om documenten voor een transactie te gebruiken. Daarom geef ik veel aandacht aan de geschiedenis  van verschriftelijking en registratuur (records management). Elke tijd heeft zijn eigen mores en die mores bepalen mede waarom en hoe we gebeurtenissen vastleggen. Dát is archiefgeschiedenis.’

Bewaren versus vernietigen
In het vak van archiveren gaat het om de kunst van het bewaren. Ketelaar: ‘Als je dat historisch bekijkt, dan is maar een fractie van wat ooit geproduceerd is, bewaard gebleven. Dat komt omdat de norm was (en is): vernietigen. Alles wordt op den duur overbodig en kan weg. Na het dienen van het primaire doel door een document, kan het wel weg – tenzij er een bewuste beslissing tot bewaren met het oog op een secundair doel wordt genomen.

Archiveren is de feitelijke resultante van maatschappelijke ontwikkelingen. Of het nu gaat om wetenschap, bestuur, geloof of wat dan ook: met (het toepassen van) de methodologie van het archiveren kunnen we ook later achterhalen wat zich heeft afgespeeld en hoe zich dat heeft verhouden tot mens en maatschappij. Maar zoals ik al eerder aangaf, we dienen ons daarbij te beseffen dat het niet alleen om de technische invulling gaat. Blijkbaar, zo wijst dit onderzoek uit en dat beschrijf ik ook in mijn boek, zijn er andere, minder ‘technische’ afwegingen die een rol spelen bij wat we bewaren: de tijd waarin we leven bepaalt misschien minder hóe, maar wel degelijk wát we archiveren. Daarbij gaat het niet alleen om de invloed van maatschappelijke uitdagingen, patronen en normen op archiveringspraktijken, maar ook vice versa: archivering die maatschappelijke praktijken conditioneert of faciliteert.’

 

Menselijke factor onderkennen
Ketelaar zou een pleidooi willen houden voor ‘een vermenselijking van het systeem’. ‘In mijn opinie houden archiveringssystemen te weinig rekening met de menselijke factor’, aldus Ketelaar. ‘Er wordt al snel overgestapt naar een volgend systeem: nieuw systeem, nieuwe ronde, nieuwe kansen, nieuwe regels, nieuwe techniek? Misschien is het een aanbeveling om eerst een ‘antropologisch onderzoek’ te doen binnen een organisatie. Bepaal zo eerst de sociale context en de cultuur om een organisatie en de mensen in die organisatie beter te begrijpen. Dan begrijp je ook beter hoe gebeurtenissen zijn vastgelegd zoals ze zijn vastgelegd. Neem niet klakkeloos aan dat hetgeen op papier staat die ene waarheid is.’

Dit soort stellingen en discussies levert veel aandacht op in het vakgebied, ziet Ketelaar. ‘Historici ontdekken het archief en het archiveren als object van onderzoek om hun gebruik van archieven als bronnen beter te funderen. De administratieve neerslag is ‘slechts’ een interpretatie van de werkelijkheid. Als je die interpretatie niet begrijpt, kun je er ook niet van leren. Het lastige is alleen dat die interpretatie afhankelijk is van tijd en context. Die verandert dus voortdurend.’

Dynamische samenleving
De dynamiek in de samenleving leidt ertoe dat er niet zoiets is als één waarheid. De archiefgeschiedenis geeft inzicht in de krachten die spelen/speelden en is daarmee wellicht het meest dynamische deel van het vakgebied. Digitalisering maakt dat vakgebied er bovendien niet per se eenvoudiger op. Ketelaar: ‘Een aantal jaren geleden maakte het begrip ‘digitale dementie’ opgang. Dat gevaar is ligt misschien wel steeds meer op de loer. De toenemende hoeveelheid informatie die elke dag weer op ons afkomt, maakt het niet alleen lastig, maar des te noodzakelijker om het kaf van het koren te kunnen scheiden. Maar welke afwegingen hanteer je als het gaat om het bewaren? Welke afwegingen werden bijvoorbeeld vijftig jaar geleden gehanteerd voor dezelfde onderwerpen? Archieven dienden (en dienen) tot meer nut dan alleen dat van de instituten die ze hebben gevormd. We zien in de hele geschiedenis in toenemende mate dat de betrokkenen (de ‘record subjects’) een rol gaan spelen. Juist die betrokkenen hebben in ieder geval steeds meer invloed op wat blijft en wat niet. Het recht op vergetelheid in de Algemene Verordening Gegevensbescherming AVG is bijvoorbeeld maar één van de meest recente ontwikkelingen die direct invloed hebben op wat we van en over betrokkenen mogen bewaren.’

Oorspronkelijke documenten
Over veranderende context gesproken, er zijn veel gebeurtenissen in het verleden vastgelegd, maar altijd binnen een sociale context. Een context die zich bovendien niet alleen in Nederland afspeelt. Hoe gaan we daar mee om? ‘Discussies over de VOC-tijd, over kolonisering, slavernij en hoe we informatie over die periodes bewaren, zijn aan de orde van de dag’, aldus Ketelaar. ‘Tegenwoordig is de maatschappij veel kritischer. Je kunt de gebeurtenissen echter niet terugdraaien. Je kunt ze wel genuanceerder omschrijven. Daarbij blijven oorspronkelijke documenten intact, maar maak je gebruik van hedendaagse terminologie en omschrijvingen om beschrijvingen van een document bijvoorbeeld anders te formuleren, minder aanstootgevend. Daar is toch niets op tegen? Als je maar zorgt dat de neerslag van kwalijke praktijken niet ‘verdwijnt’ in de archieven en kan worden teruggevonden.’

Ketelaar raakt niet uitgepraat over ‘zijn’ vakgebied. ‘Het beeld op de toekomst wordt bepaald door het verleden. Verleden herhaalt zich nooit. We kunnen echter wel beter handelen in situaties als we die in het verleden in vergelijkbare vorm zijn tegengekomen en weten waarom toen op een bepaalde manier is gehandeld. In mijn boek heb ik vooral geprobeerd om aan de hand van veel praktische voorbeelden te laten zien in hoeverre (verandering in) sociaal-culturele context bepalend is geweest voor archivering. Naarmate je je erin verdiept, ontdek je steeds meer en dat maakt dit vak zo boeiend. Het is en blijft een interessant verhaal om te vertellen.’ En dat doet hij dus uitgebreid in zijn boek.

Vondelingenakte

Akte van aangifte van een vondeling, met aangehecht het gedichtje dat vastgespeld zat aan de vondeling (12 juni 1820). Regionaal-historisch Centrum Limburg, Burgerlijke stand Maastricht (12.059), inv. nr. 23, akte 479.