Discussie over (her)gebruik portretten uit sociale media

Deze week viel in de media te lezen dat het Amerikaanse bedrijf ClearView AI een boete van 20 miljoen euro heeft gekregen van de Franse privacy waakhond, CNIL. Wat volgt (online) is een stevige discussie over wat nu publiek is en wat niet.

Veel van de reacties gaan erover dat als een foto van iemand op een van de sociale mediaplatforms staat dat een ander nog niet het recht geeft die foto op te slaan, er gegevens bij te ‘engineeren’ en dat dan vervolgens te verkopen. Bijvoorbeeld aan potentiële adverteerders. Of voor gezichtsherkenning. Het verzamelen en opslaan van dergelijke gegevens is volgens de wet verboden. Maar als iedereen nu zijn ‘hele hebben en houwen’ nu al online plaatst…?

De vraag is of je überhaupt nog wel iets van privacy hebt tegenwoordig, maar dat is een heel andere discussie. Eenmaal op internet (al dan niet via sociale media) actief en je staat er zo ongeveer voor de digitale eeuwigheid. Maar dan heb je er tenminste zelf nog de hand in gehad. Nieuwe technologie maakt het mogelijk voor derden om veel meer te doen met jouw online activiteiten dan je zelf ooit had gedacht. Of gewild.

De opkomst van bijvoorbeeld Artificial Intelligence heeft zeker voordelen (daarover is ook hier op de site al meer geschreven), maar we moeten blijkbaar nog leren om er op de goede manier mee om te (laten)  gaan.

Alfred Nobel, de uitvinder van het dynamiet, had ook vast niet bedacht dat datzelfde dynamiet gebruikt zou worden om anderen met bosjes mee naar het hiernamaals te helpen. Maar het kan wel. Het feit dat iets kan, wil echter niet zeggen dat je het ook zou moeten doen. Het zelfde geldt voor het gebruik van persoonlijke gegevens die ‘toch al grotendeels online staan’. Ze staan daar niet met het doel om een derde partij daar bakken met geld aan te laten verdienen of een soort schijnveiligheid te introduceren.

Maar om nu te vertrouwen op de integriteit van de mens... We vertrouwen onze IT-leverancier al niet eens. 

John de Waard