Oma wil geen WMO meer, maar ook niet minder

Al eerder heb ik in deze kolommen geschreven over bijzondere gebeurtenissen in het leven van mijn moeder zodra die in contact kwam met de overheid of met zorgverleners. Mijn moeder is er niet meer, maar mijn schoonmoeder wel. En de strubbelingen met de overheid zijn er ook nog.

Mijn schoonmoeder is een nuchtere West-Friezin die het liefst een ander niet tot last wil zijn. Maar ja, ze wordt een dagje ouder en wat krammenakkiger (dat is West-Fries voor minder mobiel) en wat hulp in de huishouding werd welkom. Dat was tien jaar geleden al het geval en toen zag de wereld er nog heel anders uit. Geen corona en als je wat wilde van de overheid was het weliswaar complex, maar nog niet schier onmogelijk. 

Dus, destijds is een aanvraag voor huishoudelijke hulp gedaan en die werd door indicatie-instelling CIZ beoordeeld. Dat moest even op gang komen, maar uiteindelijk verliep dat prima: mijn schoonmoeder kreeg een zogenaamd PersoonsGebonden Budget (PGB) om zelf die hulp te regelen en daarvan te betalen. Drie uurtjes per week komt er – al tien jaar dus - iemand die haar huisje doorwerkt, de was doet, strijkt etc. Dus alles wat binnen een normaal huishouden nu eenmaal moet gebeuren.

Niets aan de hand. Drie jaar later werd de indicatie verlengd. Nog steeds niets aan de hand. Maar toen – weer twee jaar later - werden er wat zaken naar de gemeente overgeheveld. U weet nog wel: de gemeente zit dichter bij de mensen die iets nodig hebben van de overheid. Vond Rutte.

Dat was voor de betreffende gemeente blijkbaar best ingewikkeld, want de eerste vijf jaar is er geen contact geweest en verliep alles als een zonnetje. Mooi systeem dus. Maar nu is er blijkbaar iemand op het idee gekomen om eens te kijken naar wat deze mevrouw zoal nodig heeft. Het gaat om drie uur per week huishoudelijk hulp. Inmiddels is mijn schoonmoeder 88 jaar en wat denkt u? Het is er niet beter op geworden.

Allereerst is er telefonisch contact geweest met de gemeente. Heel bevredigend. Geen probleem meneer (ik doe dit soort zaken meestal voor mijn schoonmoeder). We gaan ervan uit dat alles gewoon kan doorgaan. U moet alleen even wat formulieren invullen en opsturen…

Nou… wat formulieren, dat werd een heel dossier: een gedetailleerd overzicht van alle activiteiten incuslief tijdsbesteding, urenverantwoordingsformulier, klachtenformulier, klachtenregeling, zorgplan, zorgverlenerscontracten, etc.

Afijn, ik heb mij daar vervolgens eens op gestort en een heel pak documenten aangemaakt en ingeleverd. En dan begint het. Een medewerkster van de gemeente belt.

‘Ja, wat betreft die formulieren, ik mis eigenlijk nog iets in het zorgplan, een aanvulling waarin de doelen worden duidelijk gemaakt.’

‘Hoe bedoelt u? Het doel is toch duidelijk aangegeven: mevrouw wil zo lang mogelijk zelfstandig blijven wonen. Daar was toch dit hele systeem op gebaseerd?’

‘Dat klopt, maar ik wil wel graag wat concretere doelen. En resultaten.’

‘Resultaten? Dat is toch dat ze nog steeds zelfstandig woont. Wat is daar niet duidelijk aan?’

‘Ik wil ook graag weten wat het budget is wat mevrouw krijgt.’

‘Dat is toch wel bekend neem ik aan? Of houden jullie zoiets niet bij?’

‘Misschien staat er nog iets meer in het oude systeem, we zijn net over gestapt naar een nieuw systeem…’

‘Nou doet u geen moeite, er is hier nog nooit naar gevraagd, dus het zal vast niet spontaan zijn vastgelegd.’

 

Ik zweer het. Altijd als je contact hebt met een overheid hebben ze net een nieuw systeem, of ze kunnen er net niet in, of er is iets mis met het systeem. Of met henzelf.

‘Mevrouw, er is in de afgelopen tien jaar geen enkele keer contact geweest met wie dan ook. Maar niemand had blijkbaar het gevoel dat hier sprake was van grootschalige fraude door een inmiddels 88-jarige dame met drie uur per week huishoudelijk hulp. Waar bovendien ieder jaar keurig netjes verantwoording over is afgelegd en waar de zorgverleners ook net zo keurig belasting over de vergoeding hebben betaald. Wat is nu het idee eigenlijk? Waarom heeft u het over doelen en resultaten? We hebben het toch niet over een professionele onderneming?’

‘Nee, maar toch wil ik wel graag iets meer weten.’

‘Kunt u een voorbeeld geven?’

‘Nou, bijvoorbeeld het doel van het huis schoonmaken is dat het er fris en fruitig uitziet.’

‘Ja… dus…?’

‘Nou, iets dergelijks wil ik ook graag zien voor de andere activiteiten.’

‘Even voor mijn begrip: u wilt dat ik nu een bak papier ga invullen met allerlei argumenten en redenen waarom er moet worden gestofzuigd, gedweild, opgeruimd, de was gedaan, gestreken, de badkamer, wc, keuken etc. moeten worden bijgehouden, omdat u graag op papier wilt zien wat daarvan het resultaat is? Dat lijkt mij toch zo klaar als een klontje: die werkzaamheden dienen ervoor dat je niet meteen als bezoeker dat bekende ‘oudemensenluchtje’ ruikt, maar dat het er gewoon schoon en fris is. En dat mijn schoonmoeder zich niet hoeft te schamen, omdat ze het zelf niet meer allemaal redt. Ze redt dat niet meer op 88-jarige leeftijd, omdat ze inmiddels twee nieuwe knieën en versleten schouders heeft. Zij is van de generatie die zich het hele leven al de pleuris heeft gewerkt en nu is het een beetje op.’

‘Nou meneer, weet u wat, ik kijk nog wel even of ik er zo uitkom. Ik zoek nog naar het dossier van mevrouw in het systeem, en mocht ik er helemaal niet uitkomen, dan hoort u van mij.’

Tuut, tuut, tuut.

 

De dienstbare overheid. Ik weet niet wie die term heeft bedacht, maar dit was denk ik niet helemaal wat hij of zij voor ogen had. Wat denkt u?

John de Waard